Paragrafen

Paragraaf verbonden partijen

2. Bijzondere ontwikkelingen/risico's

Gezondheidsdienst Hart voor Brabant (GGD)
De GGD heeft de schriftelijke toezegging gekregen van het ministerie van VWS voor compensatie van alle gevolgkosten en gederfde inkomsten als gevolg van de GGD taken in de bestrijding van COVID-19. Daarmee is er ook meer duidelijkheid over de gevolgen van deze crisis op het totale exploitatieresultaat. Doordat ook de overige meer en minderkosten worden vergoed door VWS verwacht de GGD op basis van de huidige inzichten een klein positief exploitatieresultaat en zullen de financiële gevolgen van COVID-19 geen impact hebben op de gemeentelijke bijdrage (voor 2020).
VWS heeft toegezegd dat de compensatie ook geldt voor 2021. Dit impliceert dat opgelopen achterstanden in de reguliere dienstverlening GGD 2020 die mogelijk pas in 2021 worden ingehaald, ook worden gecompenseerd. De toezegging van VWS betekent in ieder geval dat COVID-19 naar verwachting ook geen impact heeft op de gemeentelijke bijdrage van 2021.

Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV)
In 2019 is het gebruik van de Regiotaxi (KCV) sterk gestegen ten opzichte van 2018. Mede hierdoor stijgt de bijdrage van gemeenten in de beheer- en exploitatiekosten. De verwachting is dat deze ontwikkeling doorzet. Om het vervoer beheersbaar te houden, onderzoeken we welke maatregelen we kunnen nemen.
Als gevolg van COVID-19 is het WMO-vervoer begin 2020 nagenoeg stil komen te liggen. Met de versoepeling van de maatregelen per 1 juli 2020 was het vervoer weer langzaam op gang aan het komen. In de laatste vier maanden van 2020 lag het vervoer gemiddeld rond de 50% ten opzichte van 2019. Met de aangescherpte maatregelen daalt het vervoer vanaf eind december 2020 weer sterk. Op dringend advies van Rijk en de VNG zijn met de vervoerder afspraken gemaakt over gedeeltelijke doorbetaling, om te voorkomen dat de continuïteit van het zorgvervoer in gevaar komt. Deze regeling gaat uit van een flexibele tarieven, die mee bewegen met het vervoersvolume.

Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)
De ODBN heeft een aantal turbulente jaren achter de rug. De organisatie heeft ingrijpende keuzes gemaakt en er zijn maatregelen getroffen om organisatorisch en financieel in control te komen. Hoewel er nog slagen gemaakt moeten worden, gaat het zowel organisatorisch als financieel de goede kant op. De maatregelen krijgen zijn effect. Een risico daarbij blijft dat het een uitdaging is voor de ODBN om personeel te behouden en te werven. Met de krapte op de arbeidsmarkt zal dit de nodige inspanningen vergen.
Vanuit onze zorg over de robuustheid van de ODBN hebben wij de ODBN verzocht om ons met regelmaat te informeren over de voortgang. Daaruit blijkt dat de ODBN afgelopen jaar grotendeels heeft kunnen leveren wat we hebben afgesproken.

Omgevingswet

De toekomstige Omgevingswet (Ow) wordt één van de grootste wijzigingen in de wetgeving voor het fysieke domein van de afgelopen decennia. De wet bundelt 25 wetten, 120 sectorale AMvB’s (Algemene Maatregelen van Bestuur) en honderden ministeriële regelingen. De uitgangspunten van deze wet zijn participatie en integrale aanpak op basis van vertrouwen, met als doelen minder en overzichtelijkere regels, meer ruimte voor initiatieven van inwoners en bedrijven en lokaal maatwerk.
De wet treedt 01-01-2022 in werking, in juni 2020 beoordeelt het ministerie of deze datum ook echt haalbaar is. Dit vraagt veel voorbereiding van de overheden en ook de omgevingsdienst. We werken hierin samen met de overheden (provincie, waterschappen en gemeenten) en adviesdiensten (omgevingsdienst, veiligheidsregio en GGD) in de regio Noordoost Brabant.
Ook in 2020 wordt dit voortgezet en krijgt dit onder andere een impuls door een samenwerking van alle projectleiders Omgevingswet van de deelnemende gemeenten.

Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
Via een kostenverdeelmethode gebaseerd op productiecijfers (o.a. aantal aanslagen en aanslagregels) wordt de deelnemersbijdrage aan BSOB bepaald. De in 2019 voor 2020 vastgestelde bijdrage (€ 1.514.318) is in 2020 gestegen. De grootste oorzaak hiervan is het hoge aantal bezwaarschriften op de WOZ-waarde die ingediend worden via no cure no pay bureaus. Dit is een landelijke trend. BSOB neemt maatregelen om het aantal bezwaren te beperken, voor zover ze daar zelf invloed op kunnen uitoefenen. We verwachten dat dit ook nog door zal werken in 2021 en effect zal krijgen op de vastgestelde bijdrage 2021, hier volgt dan in 2021 bij de eerste tussenrapportage van BSOB een begrotingswijziging op.

Regio Noordoost Brabant (RNOB)
In 2020 hebben colleges en raden uit de regio Noordoost-Brabant ingestemd met de nieuwe regionale strategische agenda ‘richting 2030’ en met het verlengen van de samenwerking op basis van het convenant 'regionale samenwerking Regio Noordoost Brabant 2021-2024'. Raden hebben daarnaast kennis genomen van de nieuwe Strategische Agenda van de Stichting AgriFood Capital 2030 en de strategische WERKagenda 'Op weg naar 2030' van Noordoost Brabant Werkt en de bijbehorende financiële bijdragen. In 2021 wordt verder gewerkt aan uitvoeringsprogramma’s.
Vanuit de samenwerking worden drie andere organisaties aangestuurd en gefinancierd:

  • AgriFood Capital: de economische ontwikkelingsmaatschappij gericht op een sterke agrifoodregio;
  • Noordoost Brabant Werkt: de regionale arbeidsmarktssamenwerking voor de ontwikkeling van een veerkrachtige arbeidsmarkt;
  • OndernemersLift+: het regionale ondernemerschapsprogramma voor startende en groeiende bedrijven.

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
In 2020 is de gemeente Boxtel toegetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling. De gemeente Haaren is uitgetreden vanwege herindeling. De wijzigingen in deze Gemeenschappelijke Regeling is met instemming van alle gemeentes tot stand gekomen (besluit gemeenteraad Oss d.d. 29 oktober 2020).

Deze pagina is gebouwd op 05/18/2021 14:38:28 met de export van 05/18/2021 14:25:10