Lasten
91.273.167
25,7 %
Baten
3.904.523
1,1 %
Programma's
Omschrijving | Begroting 2020 primitief | Begroting 2020 na wijziging | Rekening 2020 | Verschil | Voordeel / Nadeel | ||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Wmo individuele voorzieningen | Lasten | 11.787 | 13.252 | 13.689 | 437 | N | |
Baten | -192 | -198 | -130 | 68 | N | ||
Saldo | 11.594 | 13.054 | 13.559 | 506 | N | Wmo individuele voorzieningen div>We hebben € 437.000 aan hogere kosten en € 68.000 minder aan inkomsten. Dit geeft een nadeel van € 506.000. Dit heeft de volgende oorzaken: - De kosten aan Wmo voorzieningen zijn € 348.000 hoger uitgevallen, bovenop de 3O-ontwikkeling die we hebben opgenomen in de programmabegroting van € 290.000. Als eerste komt dit door hogere kosten (€ 156.000) voor woningaanpassingen. Dat komt vooral door meer grote woningaanpassingen. Het aantal aanpassingen laat zich altijd moeilijk voorspellen. Een grote aanpassing is bovendien kostbaar. Een aantal extra grote woningaanpassingen veroorzaakt daarom een forse overschrijding. Als tweede hebben we meer uitgegeven aan overige voorzieningen (€ 192.000). Vooral de kosten van de huur van vervoersvoorzieningen zijn hoger uitgevallen ( €132.000). We zien een volumetoename en een verschuiving van goedkope naar duurdere vervoersvoorzieningen. - De kosten voor huishoudelijke verzorging zijn € 121.000 hoger uitgevallen dan begroot. Het verschil is op hoofdlijnen als volgt te verklaren. De maandelijkse 1% groei in volume huishoudelijke verzorging ZIN heeft zich na de programmabegroting doorgezet. Dit heeft geleid tot een verdere kostenstijging van € 178.000, bovenop de 3O-ontwikkeling van € 800.000 in de programmabegroting 2021-2024. In de paragraaf weerstandsvermogen en risico's hebben we hiervoor ook een structureel risico gemeld. Daarnaast zien we dat de kosten van PGB’s € 42.000 lager uitgevallen zijn. - De kosten van de Regiotaxi zijn € 32.000 hoger uitgevallen dan we hadden begroot. Door gemaakte betalingsafspraken met de vervoerders vanwege COVID-19 zijn kosten blijven doorlopen; 100% betaling voor daadwerkelijk gereden ritten en 80% voor niet gereden ritten tot juli, in juli en augustus 80% vergoeding over de gederfde omzet en vanaf september een flexibele kostprijs per gemeente op basis van daadwerkelijke realisatie van het vervoer. Daar tegenover staat dat er € 68.000 minder eigen bijdrage is geïnd, omdat er door COVID-19 minder is gereisd. | |
Wmo collectieve voorzieningen | Lasten | 11.428 | 12.811 | 12.108 | -703 | V | |
Baten | -297 | -305 | -462 | -157 | V | ||
Saldo | 11.131 | 12.506 | 11.646 | -860 | V | Wmo collectieve voorzieningen div>We hebben € 0,7 miljoen aan lagere kosten en € 157.000 aan hogere opbrengsten. Per saldo hebben we een voordeel van € 860.000. Dit heeft twee belangrijke oorzaken: 1. Lagere kosten Maatschappelijke opvang: € 809.000 2. Hogere kosten en hogere inkomsten van de meerkostenregeling COVID-19 voor de Wmo. De kosten van maatschappelijke opvang zijn € 809.000 lager uitgevallen dan we begroot hadden. Het grootste verschil heeft te maken met de COVID-19 compensatie die we van het Rijk ontvangen hebben voor meerkosten op het gebied van maatschappelijke opvang. We hebben € 820.000 gekregen. Tot nu toe hebben we € 104.000 uitgegeven, een verschil van € 716.000. In het hoofdstuk resultaatbestemming stellen we voor de resterende middelen naar 2021 over te hevelen. Daarmee kunnen we kosten van de 2e aanvraagronde 2020 vergoeden aan aanbieders. De beoordeling van de 2e ronde loopt in het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast volgen er in 2021 mogelijk meer aanvragen voor meerkosten. Het Rijk heeft de meerkostenregeling namelijk met een jaar verlengd, tot 1 januari 2022. Daarnaast hebben we € 95.000 minder aan kosten gehad voor de ambulantisering van de GGZ. Dat komt omdat 2020 in het teken heeft gestaan van het schrijven en vaststellen van de ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Pas eind september is daarmee zicht gekomen op hoe we de ambulantiseringsmiddelen GGZ het meest effectief in kunnen zetten. We vinden het namelijk belangrijk dat de middelen ingezet worden voor de doelgroep in de wijken en het aanvullen van expertise in de sociale teams. De tijd tot 1 januari 2021 hebben we nodig gehad om afspraken te maken met ONS Welzijn over de besteding van de middelen in 2021. De meerkostenregeling COVID-19 voor de Wmo heeft geleid tot hogere kosten van € 136.000. Zorgaanbieders mogen op basis van een landelijke regeling hun meerkosten Wmo bij gemeenten declareren. Oss coördineert dit proces als centrumgemeente voor onze Wmo regio. De geraamde lasten hebben betrekking op het budget dat Oss hier als lokale gemeente voor ontvangen heeft van het Rijk voor de eerste tranche: meerkosten over de periode half maart-eind juni. De kosten hebben betrekking op de kosten van de eerste tranche voor de hele regio. De beoordeling van de tweede tranche (1 juli-eind december) loopt nog. We hebben de middelen hiervoor ontvangen in de decembercirculaire 2020. De financiële afwikkeling hiervan gebeurt in 2021. Deze hogere kosten zien we ook terug in de vorm van hogere inkomsten: we hebben de kosten voor de regio bij de gemeenten in rekening gebracht. | |
Jeugdwerk | Lasten | 849 | 661 | 545 | -116 | V | |
Baten | -21 | -21 | -35 | -13 | V | ||
Saldo | 828 | 640 | 511 | -129 | V | Jeugdwerk div>We hebben € 116.000 aan lager kosten en € 13.000 aan hogere opbrengsten,. Per saldo een voordeel van € 129.000. We hebben € 63.000 minder uitgegeven aan jeugdactiviteiten en € 27.000 minder aan straatcoaches. Daarnaast hebben we € 37.000 van het Rijk ontvangen voor compensatie van COVID-19 maatregelen voor scouting en speeltuinen. Dit hebben we nog niet uitgegeven en willen we overhevelen naar 2021 (zie hoofdstuk Bestemming rekeningresultaat). | |
Jeugdzorg | Lasten | 28.705 | 30.897 | 29.465 | -1.433 | V | |
Baten | -41 | -41 | -59 | -17 | V | ||
Saldo | 28.663 | 30.856 | 29.406 | -1.450 | V | Jeugdzorg div>De uitgaven aan jeugdhulp zijn afgerond € 1,4 miljoen lager uitgevallen dan we begroot hadden. Dit verschil bestaat in grote lijnen uit 3 onderdelen: - Lagere uitgaven aan het project transformatie: € 1,1 miljoen. Het was oorspronkelijk de bedoeling het project transformatie in 2020 af te ronden en daarmee de resterende middelen van € 1,4 miljoen die we hiervoor gereserveerd hadden uit te geven. In de tweede helft van 2020 is besloten de looptijd van het project te verlengen tot en met 2023. De fasering van de uitgaven is daarop aangepast. We hebben in 2020 afgerond € 330.000 aan het project uitgegeven, een verschil van afgerond € 1.070.000. Het restant blijft beschikbaar voor de komende jaren. Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere onttrekking aan de algemene reserve (zie hierna). We dekken de uitgaven aan het project namelijk af uit de algemene reserve. - Lagere uitgaven aan inkoop 2022 door de regionale inkooporganisatie (RIOZ): € 106.000. Dat komt doordat de aanbesteding van de nieuwe inkoop jeugdhulp vanaf 2021 is stopgezet als gevolg van COVID-19. In plaats daarvan is voor 2021 jeugdhulp ingekocht via een noodprocedure. In het najaar van 2020 is de aanbesteding voor jeugdhulp vanaf 2022 gepubliceerd. Deze wijziging heeft gevolgen gehad voor de uitvoeringskosten van het RIOZ. Een groot deel van de geplande werkzaamheden voor de nieuwe inkoop is in 2020 niet uitgevoerd, maar schuift door naar 2021. In het hoofdstuk Resultaatbestemming stellen we daarom voor het resterende budget over te hevelen naar 2021. - Lagere uitgaven aan jeugdhulp: € 325.000. De verwachte uitgaven waren € 24,5 miljoen, de gerealiseerde uitgaven zijn € 24,2 miljoen. Dit is het saldo van diverse voor- en nadelen. Het grootste nadeel heeft betrekking op hogere uitgaven aan maatwerktrajecten. Daar staan diverse voordelen tegenover. De belangrijkste zijn lagere uitgaven aan ZIN, LTA-trajecten, gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis. Dan resteren diverse kleine nadelen. De grootste daarvan is een afrekening van € 42.000 aan uitvoeringskosten van de regionale inkooporganisatie over 2018. | |
Wmo algemeen | Lasten | 1.225 | 964 | 710 | -254 | V | |
Baten | -1.167 | -1.061 | -1.021 | 40 | N | ||
Saldo | 59 | -97 | -311 | -214 | V | Wmo algemeen div>We hebben lagere kosten van € 254.000 en € 40.000 aan lagere opbrengsten. Per saldo hebben we een voordeel van € 214.000. Dit heeft de volgende oorzaken: - Lagere kosten aan verbetermaatregelen voor Wmo en Jeugdzorg: € 96.000. Bij de programmabegroting 2020 hebben we € 120.000 opgenomen voor verbetermaatregelen WMO en jeugdzorg. Hiervan is slechts een beperkt deel besteed in 2020. Voor € 24.000 zijn er kosten gemaakt ten behoeve van Dashboard sociaal domein. Alle verbetermaatregelen zijn nagenoeg uitgevoerd door eigen personeel. Echter hierdoor zijn er binnen het sociaal domein wel andere knelpunten ontstaan. Voor het aanpakken van de nieuwe knelpunten stellen we voor om het niet bestede bedrag 2020 over te hevelen naar 2021 (zie hoofdstuk Bestemming rekeningresultaat). - Lagere kosten Oss Innoveert: € 69.000. - Lagere kosten voor armoedebeleid: € 60.000. Activiteiten konden vanwege COVID-19 niet doorgaan en voor € 10.000 omdat er geen gebruik is gemaakt van de garantstelling door de stichting Helpende Handen Oss. | |
Gezondheidszorg | Lasten | 3.254 | 3.267 | 3.262 | -5 | V | |
Baten | -29 | -29 | -53 | -25 | V | ||
Saldo | 3.226 | 3.238 | 3.209 | -30 | V | ||
Wmo begeleiding en dagbesteding | Lasten | 10.034 | 10.287 | 10.684 | 396 | N | |
Baten | 0 | 0 | 0 | 0 | - | ||
Saldo | 10.034 | 10.287 | 10.684 | 396 | N | Wmo begeleiding en dagbesteding div>De kosten aan individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en maatwerk zijn € 396.000 hoger uitgevallen dan we begroot hadden. We zien zowel hogere ZIN-uitgaven (€ 206.000) als hogere kosten aan PGB's (€ 190.000). De hogere ZIN-uitgaven zijn het saldo van diverse voor- en nadelen: - Hogere kosten aan individuele begeleiding (€ 743.000) - Lagere kosten aan dagbesteding (€ 357.000) - Lagere kosten aan kortdurend verblijf (€ 2.000) - Lagere kosten aan maatwerk (€ 178.000) Per saldo zien we in het vierde kwartaal een stijging van de volumes ten opzichte van het derde kwartaal. Dat komt door een combinatie van nieuwe aanvragen en het wegwerken van de werkvoorraad. Bij de PGB's zien we in het vierde kwartaal van 2020 een forse stijging van de aantallen ten opzichte van het derde kwartaal (158 versus 122, een stijging van 30%). Daarnaast zien we bij de PGB's dat de verhouding tussen de PGB's individuele begeleiding/dagbesteding en de PGB's beschermd wonen veranderd is ten opzichte van 2019 en daarmee ook ten opzichte van onze begroting. In verhouding zijn er nu meer PGB's individuele begeleiding/dagbesteding en minder PGB's beschermd wonen. In de eerste financiële tussenrapportage van 2021 passen we de begroting hierop aan. | |
Wmo beschermd wonen | Lasten | 25.111 | 21.548 | 16.569 | -4.979 | V | |
Baten | 0 | 0 | -157 | -157 | V | ||
Saldo | 25.111 | 21.548 | 16.412 | -5.136 | V | Wmo Beschermd wonen div>We hebben een voordeel van € 5,1 miljoen op Wmo beschermd wonen. Dit is te splitsen in: - Lagere structurele regionale uitgaven van € 3,2 miljoen. - Lagere incidentele uitgaven van € 1,9 miljoen. De structurele regionale uitgaven aan beschermd wonen zijn afgerond € 3,2 miljoen lager uitgevallen dan we verwacht hadden, bovenop de lagere verwachtte kosten van afgerond € 4 miljoen die we bij de programmabegroting 2021-2024 hebben gemeld. Dit in totaal € 7,2 miljoen minder. De belangrijkste oorzaken zijn: - Door de invoering van het uniforme tarief per 1 januari 2020 in combinatie met differentiatie van producten beschermd wonen zijn er meer cliënten afgeschaald van de zwaarste categorie naar een lichtere categorie beschermd wonen. Hierdoor hebben we lagere kosten gemaakt voor de ZIN inkoop dan verwacht (€ 700.000). - Bij GGZ Oost-Brabant hadden we 81 plekken gereserveerd voor de ZIN inkoop. Hiervan is slechts een deel bezet geweest. Feitelijke leegstand wordt niet vergoed (€ 500.000). - Voor extra maatwerk en inkoop van specialistische ondersteuning op het snijvlak van veiligheid/bemoeizorg en complexe doelgroepen/overlastgevers zijn minder plekken ingekocht dan begroot. Het was de bedoeling deze voorzieningen buiten de regio in te kopen. Dit is slechts gedeeltelijk gelukt. Het probleem voor deze groepen is dat er in onze regio geen passende voorzieningen zijn. Daarnaast is er landelijk te weinig capaciteit. Als deze voorzieningen al passend waren bestonden er wachtlijsten. Daarnaast zijn veel regio’s van mening dat iedere regio zelf moet zorgen voor passende voorzieningen voor complexe casussen. Hierdoor kon plaatsing vaak niet tot stand komen. Verder gaat het om een dynamische doelgroep. Voor deze groep was een behoorlijk bedrag gereserveerd (€ 1,5 miljoen voor ongeveer 25 plekken). Dit betekent dat we voor een kleine groep geen regionale Wmo-voorzieningen hebben. - Door COVID-19 zijn de consultatiefunctie en het kenniscentrum GGZ specialisme in 2020 niet tot stand gekomen (€ 500.000). In het hoofdstuk Resultaatbestemming stellen we voor het overschot op deze regionale middelen in de reserve beschermd wonen te storten. De incidentele uitgaven zijn € 1,9 miljoen lager dan begroot. We hadden gepland om in 2020 € 3,6 miljoen aan incidentele uitgaven beschermd wonen te doen. Deze zouden we betalen uit de reserve beschermd wonen. De uitgaven waren vooral bedoeld voor de transformatie en harmonisatie van beschermd wonen (ZIN en PGB) en maatschappelijke opvang (€ 2,9 miljoen). Daarnaast hadden we uitgaven geraamd voor de uitvoering van de Wvggz (€ 100.000), extra uitvoeringskosten (€ 150.000), verwacht tekort maatschappelijke opvang 2020 (€ 109.000) en ambulantisering van de GGZ (€ 350.000). Het uiteindelijke totaalbedrag aan incidentele uitgaven is uitgekomen op € 1,7 miljoen, een verschil van € 1,9 miljoen. Het verschil zit vooral in het onderdeel transformatie en harmonisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De kosten hiervoor waren afgerond € 1,2 miljoen in plaats van € 2,9 miljoen. De frictiekosten van beschermd wonen om te komen tot een uniform tarief zijn lager uitgevallen. Een deel van de cliënten beschermd wonen met een PGB is uitgestroomd naar ambulante ondersteuning waardoor er geen frictiekosten waren. Daarnaast vraagt de transformatie van maatschappelijke opvang meer overleg en afstemming met de zorgaanbieder dan voorzien was. Hierdoor hebben we nog geen afspraken kunnen maken over de frictiekosten maatschappelijke opvang die optreden bij een dergelijke verandering. Deze afspraken en bijbehorende kosten zullen nog wel komen. Verder waren er geen uitgaven voor verwacht tekort Wvggz, waren de uitvoeringskosten lager (afgerond € 47.000 in plaats van € 150.000) en is het tekort maatschappelijke opvang iets hoger uitgevallen (afgerond € 141.000 in plaats van € 109.000). Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere onttrekking aan de reserve beschermd wonen. | |
Totaal programma | Lasten | 92.393 | 93.688 | 87.032 | -6.656 | V | |
Baten | -1.748 | -1.655 | -1.916 | -261 | V | ||
Saldo | 90.645 | 92.032 | 85.115 | -6.917 | V | ||
Stortingen reserves | 0 | 4.241 | 4.241 | 0 | - | ||
Ontrekkingen reserves | -3.810 | -4.962 | -1.988 | 2.974 | N | Ontrekkingen reserves We hebben bijna € 3 miljoen minder onttrokken aan reserves. Dit is te verklaren door de volgende 2 onderdelen: - Lagere onttrekking uit de reserve beschermd wonen: € 1,9 miljoen. Zoals we hiervoor hebben aangegeven zijn de incidentele uitgaven beschermd wonen lager uitgevallen: € 1,7 miljoen in plaats van € 3,6 miljoen, een verschil van € 1,9 miljoen. Hierdoor is de geraamde onttrekking aan de reserve beschermd wonen ook € 1,9 miljoen lager uitgevallen. - Lagere onttrekking aan de algemene reserve: € 1.070.000. Zoals we hiervoor hebben aangegeven is de looptijd van het project transformatie Jeugdhulp aangepast. Daardoor zijn onze uitgaven aan het project in 2020 afgerond € 1.070.000 lager uitgevallen. Dat betekent dat de onttrekking aan de algemene reserve die hier tegenover staat ook € 1.070.000 lager uitgevallen is. | |
Totaal mutaties Reserves | -3.810 | -720 | 2.253 | 2.974 | N | ||
Resultaat | 86.835 | 91.312 | 87.369 | -3.943 | V |
Lasten
91.273.167
25,7 %
Baten
3.904.523
1,1 %